Waarom verhalen, en niet alleen vragen?
Inleiding tot Sprockler #2
In deze aflevering gaan we onderzoeken waarom Sprockler zoveel nadruk legt op verhalen en hoe dat tot uiting komt in de taal die we gebruiken. Laten we er dus eens dieper op ingaan. Waarom staan verhalen zo centraal in de werkwijze van Sprockler?
Omdat verhalen diepgang geven. Standaardmethoden voor gegevensverzameling maken complexiteit vaak plat; ze vragen om antwoorden zonder de context te onderzoeken. Een verhaal biedt je een volgorde, emotie, beslissingen en gevolgen. Het laat je niet alleen zien wat er is gebeurd, maar ook hoe iemand het heeft ervaren en hoe diegene er betekenis aan heeft gegeven.
Dus Sprockler is zowel kwalitatief als kwantitatief?
Ja. Iemand vertelt zijn of haar verhaal in eigen woorden en interpreteert het vervolgens zelf door gestructureerde vragen te beantwoorden met behulp van bipolen, tripolen of op afbeeldingen gebaseerde vragen. We noemen dit proces zelfbetekenis, waarbij elk verhaal gegevens oplevert, zonder dat de rijkdom ervan verloren gaat.
En hoe noem je dit hele proces van het verzamelen van verhalen en reacties?
We noemen het een onderzoek. Dat is bewust gekozen. In andere contexten zouden mensen misschien het woord ‘enquête’ gebruiken, maar wij hebben voor ‘onderzoek’ gekozen omdat het weergeeft wat we werkelijk doen: mensen uitnodigen voor een proces van betekenisgeving. Het gaat niet om het aanvinken van vakjes of het invullen van een formulier. Het gaat om nieuwsgierigheid, openheid en aandachtig luisteren. Zoals een van onze medeoprichters zei: het woord ‘inquire’ draagt een gevoel in zich, een houding van interesse en respect die perfect aansluit bij waar Sprockler voor staat.
Die andere invalshoek maakt een groot verschil.
Dat klopt. En dat komt ook naar voren in de voorbeelden. Eén voorbeeld kwam uit een project in de gezondheidszorg. Een vrouw vertelde een verhaal over haar pogingen om toegang te krijgen tot hulp voor haar kind. Na het verhaal plaatste ze het op een schuifbalk tussen ‘regels en processen’ en ‘emoties en relaties’. Dat gaf ons niet alleen haar verhaal, maar ook haar perspectief op wat dat verhaal had gevormd. Als je honderden van dit soort verhalen hebt, begin je patronen te zien, niet alleen over het systeem, maar ook over hoe mensen dat systeem ervaren.
Dus je ziet patronen ontstaan uit interpretatie, niet alleen uit reacties?
Klopt. Een ander voorbeeld speelde zich af in een context van gemeenschapsontwikkeling. Mensen deelden verhalen over de vraag of ze het gevoel hadden dat er naar hen werd geluisterd in een lokaal planningsproces. Vervolgens plaatsten ze die verhalen op een driehoek tussen ‘vertrouwen’, ‘macht’ en ‘middelen’. Wat we zagen waren clusters: in sommige buurten was het vertrouwen groot, maar de macht klein. In andere buurten was het omgekeerd. En elk punt op die kaart was een verhaal dat verteld en geïnterpreteerd was door de persoon die het had meegemaakt.
Dus je genereert inzichten zonder de mensen erachter uit het oog te verliezen.
Ja. Daarom zeggen we: tel dingen niet alleen, maar begrijp ze. Een onderzoek gaat niet alleen over gegevens. Het is een uitnodiging om na te denken. Verhalen helpen ons om te luisteren in complexe systemen. Ze maken betekenis zichtbaar. En dat opent de deur naar betere actie.